Laden...

Eerst het licht, dan de muren: een lichtplan voor een woonkamer in Wijchen

Inhoudsopgave:

Ik begin een woonkamer nooit bij de bank, en ook niet bij de vloer of de kleur van de muren. Ik begin bij de vraag wat er in die kamer gebeurt als het buiten donker is. In oktober is dat vanaf een uur of half zeven, en in december al voor vijven. Een groot deel van het jaar zie je je woonkamer dus vooral bij kunstlicht.

Deze herfst werk ik aan een hoekwoning in Woezik, in Wijchen. Een stel met twee tieners wil de muur tussen de voorkamer en de achterkamer eruit hebben, de oude schrootjes van het plafond halen en alles opnieuw laten stucen. De verbouwing begint in november. Toen ik er voor het eerst binnenstapte, op een grijze middag na een fietstocht langs het Wijchens Meer, hing er in elke kamer precies één lamp midden op het plafond.

Eén lamp in het midden is geen plan

Dat ene plafondpunt is ooit gekozen door iemand die niet wist waar jouw tafel zou staan. Het verlicht vooral de vloer en je kruin. Ik heb de bewoners gevraagd om een week lang op te letten waar ze ’s avonds zaten. De moeder las in een hoek bij het raam, de vader zat aan de eettafel met zijn laptop, de kinderen hingen op de bank met hun telefoon. Drie plekken, drie soorten licht nodig.

Daaruit kwam een tekening met zones. De eettafel krijgt een plafondpunt dat niet in het midden van de kamer zit, maar recht boven het midden van de tafel, zodat de hanglamp straks niet scheef boven het tafelblad bungelt. Bij de leeshoek komt een wandlamp op schouderhoogte, met een arm die je kunt draaien. De zithoek krijgt twee wandlampen aan weerszijden van de tv-wand, laag genoeg om de kamer zacht te maken zonder in het scherm te spiegelen.

Waarom dit vóór de stukadoor moet

Wandlampen zijn het mooiste licht in een huis, en het lastigste om achteraf te regelen. Wil je geen snoer langs de muur, dan moet de leiding in de muur, en dat betekent frezen. Doe je dat nadat de stukadoor is geweest, dan ga je zijn werk kapotmaken. Daarom zat er al in de ontwerpfase een elektricien Wijchen met ons aan tafel, met mijn tekening voor zich en een potlood erbij. Hij keek vooral naar dingen die ik als ontwerper makkelijk over het hoofd zie. Waar de leidingen kunnen lopen nu de tussenmuur verdwijnt, welke dozen er in het plafond moeten komen voordat het nieuwe stucwerk erop gaat, en of de bestaande groepen het aankunnen als er straks meer lichtpunten bij komen.

We hebben ook een paar reservepunten laten tekenen, onder meer een extra wandpunt bij de trap. Liever een afdekplaatje dat je nooit gebruikt dan een muur die je over drie jaar weer openbreekt.

Schakelen zoals je leeft

Het laatste stuk van een lichtplan gaat over schakelaars, en daar wordt het meestal pas echt persoonlijk. Bij binnenkomst wil je met één knop genoeg licht om niet over een tas te struikelen. Bij de bank wil je de tv-hoek dimmen zonder op te staan. De elektricien Wijchen stelde voor om elke zone een eigen schakelaar te geven, gegroepeerd naast de deur, met dimmers waar dat zinvol is. Ik heb daarna met de bewoners de schakelaars op de tekening gezet waar zij ze zouden zoeken, en niet waar ze toevallig handig waren voor de leidingen.

Afgelopen zaterdag ben ik nog een keer gaan kijken, aan het eind van de middag. Ik had een paar losse lampen meegenomen en die op een stoel en een ladder gezet, op de plekken van de tekening. De moeder ging in haar leeshoek zitten. Achter het raam werd het donker boven de tuinen, en ze bleef gewoon zitten lezen.

Dat is voor mij het moment waarop een ontwerp klopt. Niemand die opkijkt naar de lampen, iedereen die gewoon doorgaat met wat hij aan het doen was.

Tags:

Hier zijn enkele gerelateerde berichten